Einde kabinet Rutte. Pfff…. Eindelijk!
Wilders heeft het gedaan. Hij heeft de onderhandelingen gestaakt. Het is duidelijk wie schuldig is. Dat is Wilders. Tenminste, dat vinden Rutte en Verhagen. Wilders laat 16 miljoen Nederlanders in de steek. Dat vindt Verhagen. Onzin. Dit kabinet heeft nog amper beleid laten zien.
Het is zoals Alexander Pechtold vandaag gezegd heeft. Rutte had ook een andere keus. Het was Rutte die niet verder wilde met Paars+. Hij is zelf aan dit riskante avontuur begonnen. Rutte wilde een kabinet waarbij rechts Nederland zijn vingers kon aflikken. Hij heeft gekozen voor 130km op de snelweg en roken in kleine cafés boven echt hervormen. Om dit mogelijk te maken moest hij zich overleveren aan Wilders. Verhagen was bereid deze onzalige gedoogcombinatie aan een meerderheid te helpen.
Is het de schuld van Wilders dat hij een eind maakte aan deze samenwerking? Nee. Rutte en Verhagen hebben er bewust voor gekozen om te beginnen aan een reis in een kar waarvan ze wisten dat deze het ieder moment kon begeven. Als die kar dan onderweg kapot gaat, moet je niet een ander de schuld geven.
Met de keus voor dit waanzin kabinet hebben Rutte en Verhage 16 miljoen Nederlanders in de steek gelaten. Met als resultaat twee jaar extra stilstand. Hopelijk wordt er na nieuwe verkiezingen eindelijk weer geregeerd.
Midden in de oorlog is er niet veel vertier. Spertijd. Eten op de bon. Alleen dansles biedt ontspanning. En wekelijks is er een bal. Het is daar dat Els die lange knul voor het eerst ziet. Verlegen zit hij langs de kant. Dat is niet zo gek, hij heeft pas één les gehad. Zodra de dames de heren mogen vragen, grijpt Els haar kans. Ze vraagt Frits ten dans. Frits vind Els zo leuk, dat hij liegt over zijn leeftijd. Hij is pas zeventien en Els al twintig. Op dit bal slaat de vonk over.
Samen overwinnen ze de nodige tegenslagen. Eén van de eerste avonden uit krijgen ze ruzie. Frits wil dat hun eerste zoon Frits Jacobus gaat heten. Net als hijzelf en zijn vader. Els vindt dat maar niets. Drie Fritsen is haar te veel. In 1944 moet Frits onderduiken. Hij is
spoorman en op bevel van de regering in Londen gaat het spoor in Nederland plat. Er wordt gestaakt. Maanden zien Els en Frits elkaar niet. Blij vieren ze samen de bevrijding. De vader van Frits ziet niets in Els. Els is kleuterleidster en geen goede partij voor de enige zoon van vader Frits Jacobus sr. Door beide tegenslagen laten de jonge Els en Frits zich niet ontmoedigen.
Na jaren verloving, komt het huwelijk van Els en Frits toch nog onverwacht. In januari 1950 hoort Frits dat hij per 1 maart wordt overgeplaatst van Station Leiden naar Station Arnhem. Arnhem is op dat moment nog grotendeels verwoest door de hevige gevechten in de oorlog. Om kans te hebben op een woning besluiten Els en Frits nog in Februari te trouwen. Ze halen het nog net met de ondertrouw en de trouwdatum wordt vastgesteld op 28 februari. Het gaat allemaal zo snel, dat Els haar opzegtermijn op de kleuterschool in wassenaar niet af kan maken. Er komt een raadsbesluit dat ze gehuwd nog enige tijd mag doorwerken. Zodat er een nieuwe kleuterleidster kan worden aangenomen.
Dan verschijnt op 28 februari een hoge functionaris van de Nederlandse Spoorwegen op station Leiden. Hij heeft de overplaatsing papieren op zak. “Ik zoek Frits Klaasen”. Zegt hij. “Dan moet je naar het stadhuis. Hij trouwt vandaag” zegt de loketmedewerker. De hoge functionaris gaat naar het stadhuis en feliciteert de pasgetrouwde Els en Frits op de receptie namens de Nederlandse Spoorwegen. De papieren houdt hij op zak. De volgende dag hoort Frits dat de overplaatsing niet doorgaat. Er was bewust gekozen voor een vrijgezel voor de post in Arnhem. En getrouwd man is veel te lastig gezien de woningnood in Arnhem. De overplaatsing gaat niet door. Els en Frits trekken in bij de ouders van Frits op de Sitterlaan in Leiden. Op zolder. Op deze wijze hoeven ze niet te verhuizen. Want met het vertrek van Frits zou hun huis anders te groot worden voor een echtpaar zonder kinderen.
In 1954 verhuizen Els en Frits naar Bergen op Zoom. Daar worden Alfred en Hugo geboren. Alfred Alexander wordt vernoemd naar zijn in de oorlog omgekomen Poolse oom Alexander. Hugo Marinus wordt vernoemd naar opa Marinus van Halst. Als de geboortekaartjes van Hugo bij de drukker liggen, blijkt Hugo ernstig ziek. Frits vergeet nooit hoe hij de verpleging om hulp vroeg, maar deze niet kreeg. zal dit nooit vergeten. Terwijl de nonnen in het Katholieke ziekenhuis van Bergen op zoom bidden tijdens de mis, sterft Hugo. Amper een dag oud.
In 1960 wordt Frits opnieuw overgeplaatst. Naar Utrecht ditmaal. Hij wordt leraar aan de hogere bedrijfsschool. In Utrecht wordt Elmer thuis geboren. Els en Frits vertrouwen hun derde zoon niet aan een ziekenhuis toe. Ook wordt Elmer niet vernoemd.
De grote hobby van Frits is vissen. Vele weekenden trekt hij er op uit. Tijdens de vakanties in St. Maartenszee steekt hij zelf de pieren tussen de golfbrekers. Met de werkhengel vangt hij een maaltje aan het strand. Tot 1976 wonen Els en Frits met hun beide zoons in Utrecht. Dan verhuizen ze naar Nieuwegein. Hier voelen ze zich thuis.
In de jaren 1980 begint Els met haar grote hobby. Pottenbakken. Wekelijks gaat ze naar het atelier van Lea voor les. De hele familie voorziet ze van beeldjes en zelfgebakken servies. Ze exposeert en maakt de mooiste dingen.
Na de VUT van Frits, gaan ze er met de Caravan op uit. Door het trekken met de caravan pikt Frits een nieuwe hobby op: Jeu de Boules. Veel naar Frankrijk, maar ook naar Polen, Spanje en Portugal. Van alle vakanties en reizen maakt Els plakboeken waar in detail wordt vastgelegd hoe de reis verloopt.
Frits overlijdt nog relatief jong in 1996, 70 is hij pas. In het Antonius ziekenhuis in Nieuwegein. Els stort zich op haar hobby en gaat een tijd lang nog alleen met de caravan op pad. Ook trekt ze veel op met haar familie uit Haarlem. Ze gaat met hen op vakantie en met oud en nieuw is ze in daar te gast.
Als ze ouder wordt, en minder mobiel, gaat Els haar Frits steeds meer missen. Tot een half jaar voor haar dood in 2011 woont ze nog in boerderij Bos. Haar laatste maanden brengt ze door in De Conickshof in Vleuten.
Logica van de blauwe knoop
Opa Marinus van Halst (Rien) heb ik nooit gekend. Hij overleed een paar maanden na mijn geboorte. Ik ken hem via de verhalen van mijn moeder. Opa van Halst was veiligheidsinspecteur in de metaal. Hij moest grote ketels van binnen inspecteren, om vast te stellen of het las en klinkwerk goed was.
Wat me vooral van hem is bijgebleven, is dat hij geheelonthouder was. En daarin is hij zeer principieel. Midden in de tweede wereldoorlog is hij actief met bridgen. En niet onverdienstelijk. Diverse keren wint hij toernooien. Zo ook die ene avond. Als blijkt wat de prijs is, dan geeft hij geen krimp. Hij accepteert hem. En neemt hem mee naar huis.
Thuis aangekomen gaat hij naar de keuken, maakt de gewonnen fles jenever open, en giet deze leeg in de gootsteen. Tot ontzetting van mijn oma. “Rien!” zegt Coba. Op dat moment is jenever op de bon en moeilijk te krijgen. “Gun je die jenever niet aan de buurman?”. “Nee” antwoord Rien bits. “Alcohol is verderfelijk”. “Maar de buurman drinkt maar één glaasje per dag. Een nachtmutsje. Dat kan toch geen kwaad?”. “Alcohol kent geen maat”. Rien is onvermurwbaar.
Waarom is Rien zo halsstarrig?
De vader van Rien, mijn overgrootvader Lambregt, is alcoholist. In de jaren dat Rien opgroeit is het gewoon dat het weekloon wordt uitbetaald in de kroeg. En uiteraard contant, want arbeiders hebben nog geen bankrekening. De kroegbazen willen dit maar al te graag. Vele arbeiders, waaronder de vader van Rien, vierden het ontvangen van het weekloon. Al het geld wordt uitgegeven en stomdronken komen ze naar huis. Vervolgens heeft het gezin geen eten.
De moeder van Rien (Geertrui Elisabeth) probeert dit iedere week te voorkomen. Zodra Rien groot genoeg is, wacht ze samen met hem mijn overgrootvader op. Voordat Lambregt het geld kan verdrinken, neemt ze het hem af. Er moet immers brood op de plank.
Ontluisterend. Ik heb er geen ander woord voor. De opstelling van Tullekens. Onvoorstelbaar dat iemand met deze opstelling twaalf jaar lang in de tuchtraad de medische ethiek heeft mogen bewaken.
Van wie zijn medische gegevens? Als ik Tullekens hoor praten, dan liggen die op straat. Het hele ziekenhuis mag overal bij en voelt zich vrij de gezondheid van een patiënt te bespreken. Dat is volstrekt normaal. Als het om een VIP gaat wil iedereen alles weten. En omdat er intern kennelijk geen enkele beveiliging is, kan iedereen ook zomaar overal bij. Als het “goed” nieuws is, dan is er geen enkele belemmering om dat via het NRC aan de hele wereld bekend te maken. Bij een VIP via de krant, bij een “gewoon” iemand door de verzamelde buurt toe te spreken.
Waarom bestaat het medisch beroepsgeheim? Omdat medische gegevens van de patiënt zijn. Daar heeft niemand in te treden. Behandelend artsen hebben die gegevens uiteraard nodig. Als een patiënt zelf geen toestemming kan geven voor gebruik door anderen dan de behandelend arts, dan is dat aan zijn directe familie. Maar verder heeft niemand er recht op. Volgens mij is dat het uitgangspunt. En niets anders. Waar haalt Tullekens de hoogmoed vandaan om met wat voor reden dan ook medische gegevens op straat te gooien? Anders dan dat Tullekens doet voorkomen, hebben we het hier niet over een regeltje van een betuttelende overheid, we hebben het hier over een fundamenteel grondrecht. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Ik vrees dat de houding van Tullekens symbool staat voor de mentaliteit in een groot deel van de medische sector. En dan gaat het nog niet eens om het naar buiten treden van Tullekens. Veel schokkender vind ik het kijkje dat hij in de medische keuken geeft. Artsen voelen zich vrij om onder elkaar alles te bespreken, ongeacht of de collega op enige wijze betrokken is of bijdraagt aan de behandeling. Medische gegevens zijn zonder veel controle opvraagbaar in interne systemen (“Het hele ziekenhuis kan met één druk op de knop beschikken over de CAT-scan”). Dit alles betekent dat honderden mensen, onnodig, toegang hebben tot persoonlijke medische gegevens. In het verleden zaten medische gegevens in een afgesloten kast in een map. Tegenwoordig zijn ze opgenomen in ICT systemen. Daarmee zijn ze voor een veel grotere groep toegankelijk dan voorheen. Te vaak heeft zelfs een receptiemedewerker toegang tot vertrouwelijke medische gegevens. Het wordt hoog tijd dat hier iets in veranderd. En dat begint bij mentaliteit. Medische gegevens zijn van de patiënt. En van niemand anders.
Er zijn allerlei belangen waarom een patiënt zijn medische gegevens voor zich wil houden. Ongeacht of het goed of slecht nieuws is. Als een publiek figuur door zuurstof gebrek een deel van zijn hersenfunctie kwijt is, maar hij heeft geen ander fysiek letsel. Is dat laatste dan goed nieuws? Als de keus gemaakt moet worden om verder medisch handelen te stoppen, dan is dat maar de vraag. En voor “gewone” burgers geldt dat net zo goed. Verzekeraars vinden het bij het verstrekken van polissen maar wat interessant om te beschikken over medische gegevens. Werkgevers kunnen hun beslissing om iemand aan te nemen er van af laten hangen. Vrienden en kennissen laten hun gedrag er door beïnvloeden.
Bij deze een oproep aan alle medici en anderen werkzaam in de medische sector: Respecteer de privacy van patiënten! Onvoorwaardelijk.
FiNBOX: De klant centraal?
Op dit moment wordt reclame gemaakt voor FiNBOX. Ideaal, zeggen de banken. Nooit meer acceptgiro’s overtikken. Het wordt goedkoper voor bedrijven omdat deze geen dure acceptgiro’s meer hoeven te versturen. Gezien het nieuwe beleid van de banken, de klant centraal, is dit op het eerste gezicht een aardig initiatief. Niet meer overtikken, dus minder fouten. Op dit moment doen er drie banken mee: ABN-AMRO, ING en Rabobank. Toevallig heb ik bij alle drie een betaalrekening dus heb ik me er in verdiept hoe dit bij deze banken werkt. En dat wil ik weten voordat ik me aanmeld voor deze digitale dienst.
Als eerste heb ik me afgevraagd wat ik verwacht van een elektronische nota dienst. Wanneer ga je een nota betalen? Als je weet dat er één is. Dat betekent dus dat je een duidelijk signaal moet krijgen over nieuwe nota’s (1). Vervolgens wil je weten wat je betaald hebt. Je moet dus ook simpel een kopie in je bezit krijgen (2) en daarbij niet afhankelijk zijn van het bedrijf dat de nota verstuurd en liefst ook niet van je bank. Als laatste wil je niets hoeven overtypen bij het betalen (3). Ik heb meerdere betaalrekeningen. Ik wil per nota kunnen kiezen vanaf welke rekening ik ga betalen (4). Kortom, vanuit de klant geredeneerd, zijn er drie simpele zaken die goed geregeld moeten zijn en één belangrijke optie. Hoe zou het in mijn ogen moeten werken?
1. Je krijgt een e-mail van het bedrijf waar je je hebt aangemeld voor FiNBOX met de mededeling dat er een nota klaar staat voor betaling.
2. De nota is onderdeel van deze e-mail.
3. Zodra je aanlogt in internet bankieren zie je dat er een nota voor je is en kun je deze met één klik klaar zetten voor verzending.
4. Je kunt te allen tijde een nota doorsturen naar een rekening bij een andere bank.
FiNBOX is een initiatief van de Nederlandse vereniging van banken en deze heeft een site waarop het wordt uitgelegd. Wat zegt de FiNBOX site?
“De voordelen op een rijtje:
Geen acceptgiro’s meer overtypen
Uw financiële post eenvoudig terugvinden en bekijken
Op één plaats uw financiële post ontvangen: binnen internetbankieren ”
Verder wordt uitgelegd dat de instelling die de nota verstuurd deze zelf zeven jaar bewaard. Een kopie kun je zelf opslaan op harde schijf (of USB-stick!).
Binnen internetbankieren van ABN AMRO zit FiNBOX op een duidelijke plaats in het menu. Ik heb geen uitleg kunnen vinden hoe ik er achter kom dat er een nieuwe nota klaar staat voor betaling. Op basis van deze uitleg begin ik niet aan FiNBOX bij ABN AMRO.
Ik heb geen flauw idee waar FiNBOX zich bevind in de menustructuur. Deze is al de minst overzichtelijke van de drie, maar FiNBOX is onvindbaar. Dit gaat hem dus ook niet worden.
Biedt de Rabobank dan de uitkomst? Bij de Rabobank moet je voordat je wat doet, altijd eerst een rekening aanklikken. FiNBOX staat dan keurig in het menu. En Rabobank biedt ook de optie om alerts te ontvangen. Je kunt zelfs aangeven of je deze alleen op werkdagen of alle dagen van de week wilt ontvangen en op welke tijden. Aangezien ik maar één keer in de week inlog, zou ik een wekelijkse verzamelmail op een zelf te bepalen tijdstip het prettigst vinden, maar de geboden keuzes zijn al heel wat. Totdat ik de toelichting lees: “Kosten Voor het ontvangen van FiNBOX Alerts hoeft u geen abonnementskosten te betalen. U betaalt per ontvangen bericht € 0,20. Deze kosten worden automatisch van rekening [...] afgeschreven.”. Kortom, degeen die de nota verstuurd bespaart een paar euro ten opzichte van een acceptgiro, ik moet maar afwachten of daardoor de prijs lager wordt, maar om te weten dat ik iets moet betalen draai ik voor extra kosten op!
Mijn conclusie op dit moment: FiNBOX, daar begin ik niet aan. Deze dienst zet niet mij als klant centraal, maar de bank. Ik word afhankelijk van telebankieren voor mijn archief van nota’s, tenzij ik daar zelf extra werk in stop. Net als bij de bankafschriften moet ik alles downloaden. Ik hoor niet of er een nota klaar staat. De enige die deze service wel biedt, de Rabobank, laat er voor betalen. De hoeveelheid werk die ik bespaar (af en toe een acceptgiro overtikken) weegt wat mij betreft niet op tegen het risico dat ik loop dat ik vergeet te betalen omdat ik geen duidelijke melding krijg dat er een nota klaar staat. En ik ga daar zeker niet voor betalen! Kortom banken, een leuk initiatief. Maar zet nu eindelijk de klant centraal.
Twitter Weekly Updates for 2012-02-19
- Ik heb zojuist het boek Het App Effect van @blo2m @mennovandoorn @duivestein gedownload #vint #sogeti http://t.co/ew8IAGXn #
Powered by Twitter Tools
Dit themanummer bevat een aantal casestudies naar genocide in de twintigste eeuw. Overwegend westerse genociden. Argentinië, Serven versus Kroaten, Stalin tegen delen van zijn bevolking, onverwerkte trauma’s in Polen, De jodenvervolging tijdens WO II in Nederland. Maar ook een voorbeeld van Hindi geweld tegen moslims.
Onderstaande passage raakt me als ik kijk naar het huidige politiek-culturele klimaat in Nederland:
“Resumerend kan gesteld worden dat een periode van ernstige crisis van een staatssamenleving een voorbode van genocide kan zijn. Toenemende externe en interne destabilisering zijn daarvoor typerend, en die destabilisering gaat gepaard met processen van toenemende polarisering, depacificering en decivilisering van staat en samenleving. Tijdens zo’n periode kan vervolgens een radicale politieke elite, in de ban van een radicale ideologie en voorzien van een politiek programma met een tamelijk hoog utopisch gehalte de centrale staatsmacht gaan bezetten.” (p550, Ton Zwaan, Genocide studies. Enkele trends, vraagstukken, en resultaten.)
We zitten midden in de heftigste economische crisis sinds het tweede en derde decennium van de twintigste eeuw. De politiek destabiliseert. Het aantal partijen is versnippert en hun aanhang kan van verkiezing op verkiezing halveren of verveelvoudigen. Ondertussen polariseert het debat tussen links en rechts. Dit kabinet is een voorbeeld van depacificering. Rechts beleid om de vingers bij af te likken, in plaats van een het overbruggen van tegenstellingen. Een meerderheid van de bevolking klaagt over verhuftering van de samenleving en gebrek aan normen en waarden bij de buren. In decennia opgebouwde culturele instellingen worden in korte termijn afgebroken.
Dit voor de eerste helft van het citaat. De tweede helft is op dit moment gelukkig nog toekomstmuziek.
Verzuiling, de socialistische zuil?
Opa van Halst was geheelonthouder. Opa Klaasen was zetter. Ook was hij overtuigd atheïst, hij had zelfs een atheïsten bijbel. Beide waren overtuigd aanhanger van de SDAP. Tot begin jaren 1970 gold dat ook voor mijn ouders. Vader was actief in het FNV en steevast werd het vakje bij de PvdA roodgemaakt in het stemhokje. Ook was mijn vader actief in de vakbond. Hij volgde diverse kader trainingen. Tot haar dood bleef mijn moeder lid van de VARA. Op verjaardagen werd druk gediscussieerd over politiek, bijvoorbeeld met tante Truus. Een nicht van mijn moeder uit Haarlem. Vrijwel haar hele jeugd woonden ze naast elkaar. Tante Truus was actief kaderlid van de PvdA. Zonder enige twijfel hoorden mijn beide ouders bij de socialistische zuil.
In 1955, toen mijn vader assistent stationschef was in Bergen op Zoom, werd dit pijnlijk duidelijk gemaakt door de Pastoor. Mijn ouders woonden sinds kort in een nieuwbouw flat toen mijn broer Alfred werd geboren. Korte tijd later werd ook een baby geboren bij de buren. De Pastoor kwam bij deze katholieke buren op kraamvisite, en feliciteerde hen met de eerste geboorte in de straat. Verbaasd wezen de buren op de geboorte van Alfred. De Klaasens waren toch de eerste? “Die zijn niet van de parochie” vatte de Pastoor de verzuiling kort samen.
Deze gebeurtenis, plus de omstandigheden rond het overlijden van mijn broertje Hugo een dag na de geboorte, maakten dat mijn vader niet veel op had met de katholieke zuil. Eind jaren zeventig kreeg ik nog het advies om vooral niet met een katholiek meisje te trouwen.
Tot zover lijkt alles duidelijk. De hokjes zijn afgebakend. De verzuiling is bevestigd.
Niets is minder waar. Om te beginnen was daar oom Bil. Die was bankdirecteur en hoorde bij de liberale zuil. En dan was er nog een oom die aannemer was. Oma Klaasen was gelovig luthers. En overgrootmoeder Eek streng gereformeerd. Op zondag mocht er maar uit één boek worden gelezen, de Bijbel. Mijn beide ouders lieten zich dopen. En mijn moeder werd lid van de VCJC (Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale). Met de VCJC ging zij samen met haar beste vriendin Janny op zomerkamp.
Het verhaal van mijn ouders is maar een voorbeeld, maar het geeft aan dat de scheiding tussen de zuilen niet absoluut was. Leden van dezelfde familie konden bij verschillende zuilen horen. En ook was het geen uitzondering om gelijktijdig deel uit te maken van organisaties van verschillende zuilen. Het voorbeeld van mijn ouders onderschrijft de nuancering in “verzuiling is een mythe” in het geschiedenis magazine van oktober 2011.
Twitter Weekly Updates for 2012-02-12
Powered by Twitter Tools
Hypotheekrenteaftrek en financiële crisis
De woningmarkt zit op slot. Het aantal verkochte huizen en de gemiddelde waarde van koophuizen dalen jaar op jaar. Het kabinet Rutte doet niets. Als dogmatisch liberaal moet de markt de problemen oplossen. Waren banken tot voor enkele jaren ongekend ruimhartig in het verstrekken van een hypotheek, nu worden ze strenger en strenger. Deze strenge regels worden toegepast op nieuwe hypotheken, maar ook bij het aflopen van de rentevaste periode. Tegelijkertijd is de rente opslag in Nederland onevenredig hoog. Met als gevolg dat bij verlenging een steeds grotere groep een onnodig hoge rente moet accepteren van de bank waar ze zitten. Steeds meer mensen komen hierdoor in de problemen doordat ze niet kunnen oversluiten. Conclusie: de vrije markt is vastgelopen.
Daarnaast dreigt de torenhoge hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens de economie in problemen te brengen. Internationale organisatie waarschuwen. Kredietbeoordelaars zetten Nederland op de watch list. Ook hier doet het kabinet niets. Dogmatisch wordt vastgehouden aan oplossingen uit het verleden. De hypotheekrenteaftrek is allang geen subsidie meer die het bezit van een eigen huis stimuleert. De financiële sector kwam met producten om aflossen uit te stellen en zo lang mogelijk van hypotheekrente aftrek te profiteren. Hoe duurder de woning, hoe hoger het inkomen, hoe groter het voordeel. De hypotheekrenteaftrek is verworden tot een subsidie op Villa’s voor de hogere inkomens.
Het wordt tijd dat het ingrijpen van de overheid veranderd. Passief subsidiëren van schulden moet plaats maken voor gericht beleid om problemen te voorkomen. De huidige hoge rente opslag is het gevolg van de financiële crisis. Aan de ene kant verdween concurrentie waardoor het aantal aanbieders is beperkt. Aan de andere kant wordt ingegrepen op de vrije markt doordat de banken die overheidssteun krijgen niet meer mogen concurreren op prijs. Hierdoor stijgt de hypotheekrente. Was de controle door de overheid op de financiële sector lang afwezig, nu richt deze zich op de verkeerde zaken. Het soepele beleid van Nederland heeft de overheid in de goede jaren geen windeieren gelegd. Er werd volop geprofiteerd van de winsten van de grote, internationale, financiële instellingen.
Kortom, er is alle reden om het roer om te gooien en de Nederlandse hypotheekschuld duurzaam te verlagen. Dit kan met het volgende pakket:
• Stimuleer aflossen door aftrekbaar bedrag met 1/30 per jaar te verlagen.
• Beperk het maximale aftrek percentage met 1% per jaar tot 0.
• Schaf overdrachtsbelasting af.
Naast bovenstaande is ook Europees beleid en ander ingrijpen bij banken nodig.
• Reguleer de renteopslag die banken mogen hanteren. Maximeer deze op bijvoorbeeld gemiddelde % in de EU.
• Leg banken een stafkorting op dor verlaging van de rente toeslag bij de verlenging van hypotheken voor mensen die niet meer kunnen overstappen. Dit is een betere maatregel om banken te reguleren dan een bankbelasting.
• Stimuleer concurrentie op de hypotheekmarkt door het wegnemen van beperkingen voor banken uit andere EU landen om in Nederland te opereren. Dit kan concreet door te komen tot één EU Bankvergunning en één EU deposito garantiestelsel.
Bovenstaand pakket zal natuurlijk goed moeten worden doorgerekend en in detail uitgewerkt. Het is mijn overtuiging dat dit het soort beleid is dat Nederland sterker uit de huidige crisis laat komen. En niet het dogmatisch laisser faire van het huidige kabinet.

