Skip to content

Behandeling rapport ICT projecten commissie Elias. Gemiste kans Open Source?

by Elmer on december 15th, 2014

Pixmac000081713115Het rapport van de commissie Elias geeft helder inzicht in de belangrijkste problemen bij grote ICT projecten. De aanbevelingen verwoorden gezond verstand. Ze zijn niet vernieuwend. Ondanks dat zijn de geconstateerde problemen wel zeer relevant. Bij de vragen waar meer concrete toelichting wordt gevraagd (vragen 17 en 20) mist jammer genoeg diepgang. Hierdoor wordt de commisie daar niet concreet. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de vragen over de rol van de contractmanager (vragen 18 en 19). Aangezien in de aanbevelingen het belang van goed contractmanagement wordt benadrukt (samenvatting par.9/p19, aanbevelingen 31-34) verbaast het me dat de commissie zich niet heeft verdiept in de rol contractmanager. Een probleem dat de commissie daardoor niet oplost, is de grote afstand tussen de werkvloer en de ambtelijke en politieke top bij de overheid. Het grote aantal management lagen vertragen de besluitvorming en werken als filter. Problemen worden pas in een zeer laat stadium op het goede niveau zichtbaar.

VerkeerslichtEen onderwerp dat de commissie terecht aansnijdt is transparantie. Transparantie is belangrijk voor betrokkenheid van de burger bij het Openbaar bestuur. Op diverse punten is er aandacht voor dit onderwerp. Dit komt ook terug in de beantwoording van de vragen. De commissie doet aanbevelingen voor het ICT dashboard en standaard onderdelen die altijd in rapportage moeten terugkomen. Ik hoop dat in de uitwerking van de aanbevelingen hier verder mee wordt gegaan dan alleen de projecten die aan de BIT eisen voldoen. Het is een goede zaak als alle project rapportages, zeker die van projecten van meer dan een miljoen, openbaar worden gemaakt. Daar hoort dan ook bij dat minimaal een keer per maand de business case wordt getoetst. Ook het expliciet opnemen van ICT kosten in de begroting is een goede zaak uit oogpunt van transparantie. Transparantie leidt er ook toe dat slecht lopende projecten eerder kunnen worden gestopt. Directe controle van de burger op de besteding van belastinggeld in overheidsprojecten vergroot de bewustwording van het projectteam dat ze controle moeten hebben op de projectkosten.

Het BIT is een goed initiatief. Het is belangrijk dat het BIT onafhankelijk is van beleid. De argumentatie voor de keuze om het BIT onder Algemene Zaken te hangen vind ik overtuigend. Van mij mag de premier een grotere rol krijgen. Zeker als het over ICT gaat. De keuze om de rol van het BIT te beperken tot projecten van meer dan 5 miljoen overtuigt me niet niet. Kleinere projecten hebben vergelijkbare problemen als grote projecten. Ze lopen minder vaak uit de hand, maar het zijn er wel veel meer. Voor ICT begrippen is ieder project boven een miljoen een groot project. Als deze ook gerapporteerd worden in het ICT dashboard, kan heel goed blijken dat bij kleinere projecten meer geld wordt verspild. Daarom had ik een aanbeveling verwacht voor toepassing BIT regels onder die grens. Om het BIT klein te houden is het verstandig om het aantal te toetsen projecten te beperken. Dat betekend dat niet door BIT getoetste projecten dat elders wel moeten worden. Dat kan dan door de departementale CIO. Het door Kees Verhoeven voorgestelde MIT (Mobiele ICT team) is daar een prima ondersteuning voor. Dit MIT of de departementale CIO moet dan voor projecten kleiner dan 5 miljoen dezelfde bevoegdheden krijgen als BIT.

De argumentatie voor tijdelijkheid BIT overtuigd niet. Waarom is vijf jaar genoeg voor een cultuuromslag? De voorstellen van het BIT zijn al 10-20 jaar gemeengoed bij Projectmanagement opleidingen. In die tijd is het kennelijk niet doorgedrongen tot de overheid, waarom de komende 5 jaar dan wel? Het lijkt mij een slecht idee om de einddatum van het BIT vast te leggen in een wet. Natuurlijk moet er wel regelmatig geevalueerd worden of het BIT de verwachtingen waarmaakt. De commissie schetst wel een eenzijdig beeld van de project cutuur bij de overheid (antwoord op vraag 15). Ja er is te veel een afvink cultuur. Die afvink cultuur heeft voor een groot deel te maken met transparantie, de noodzaak bij de overheid om verantwoording af te leggen. Naast deze afvink cultuur is er ook grote betrokkenheid op inhoud. Van hoog tot laag in de organisatie. Jammer dat de commissie geen rol ziet voor het BIT bij het stopzetten van projecten. Het antwoord op vraag 23 mist de kern. Het lijkt mij verstandig dat de Kamer kritisch doorvraagt als een project zonder duidelijke politieke redenen wordt stopgezet. Zeker als er een duidelijke business case is dat een project miljarden kan opleveren.

De antwoorden over Open Source (Vragen 13 en 14) zijn zwaar teleurstellend. Jammer dat dit in het debat niet meer aan bod is gekomen. Hier is sprake van een groot risico als de aanbevelingen van de commissie letterlijk worden gevolgd. “van de plank” (of the Shelve) is een ICT term voor standaard pakketten. Zoals de BIT regels nu geformuleerd zijn, leiden deze tot een keuze voor standaard pakketten (= of the shelve). Die zijn vrijwel zonder uitzondering van commerciële leveranciers. De grote spelers hebben vrijwel altijd een ondoorzichtige licentie structuur. Kleinere spelers zijn flexibel maar hebben zich meestal nog niet bewezen. Zodra ze dat wel hebben worden ze meestal opgekocht door een van de grote spelers. Commerciele pakketten leiden zo bij uitstek tot afhankelijkheid van de leverancier (“vendor lock in”).

Een transparante overheid die steeds meer ICT toepast en ook beslissingen die leiden tot het afgeven van beschikkingen automatiseert moet er voor zorgen dat deze deze transparant is over de regels die worden toegepast. Dat is onmogelijk als commerciële pakketten met gesloten broncode worden ingezet. Bij nieuwe ontwikkeling moet de keuze voor Open Source prioriteit krijgen. Het criterium op de plank moet worden beperkt tot op de plank binnen de Overheid, dwz, alleen worden toegepast voor reeds bij overheid beschikbare direct herbruikbare (standaard) software.

Er zijn ook schriftelijke vragen gesteld hoe een BIT toets voor het eID programma zou uitpakken. In de antwoorden valt mij op dat er geen onderscheidt wordt gemaakt tussen het eID stelsel (een soort iDeal voor inloggen bij alle mogelijke diensten op internet) en een eigen internet autorisatiekaart voor overheids dienstverlening. Als meerdere ministers verantwoordelijk zijn, kan dat ook betekenen dat er eigenlijk sprake is van meerdere projecten die ieder een eigen zakelijke rechtvaardiging hebben en worden samengenomen. Het is niet onlogisch dat EZ verantwoordelijk is voor het stelsel (gezien de belangen van webwinkels en andere online dienstverleners) en BiZa voor de kaart (aangezien dit gaat over toegang tot Overheidsdiensten). Wellicht is het verstandig eID in twee projecten te splitsen en een duidelijke zakelijke rechtvaardiging voor beide projecten voor te leggen aan de Kamer. Dit soort combinatie van uiteenlopende doelstellingen komt wel vaker voor bij grote overheidsprojecten. Het opsplitsen is in lijn met de aanbeveling van de commissie om projecten kleiner te maken.

Een belangrijke aanbeveling is dat cruciale functionarissen die een leverancier aansturen ambtenaar moeten zijn. Dit pakt ook een belangrijk item aan dat in de Zembla uitzending aan bod kwam. Ingehuurde medewerkers hebben per definitie een dubbele loyaliteit. Kijkend naar de gedragscode van leveranciers is het verstandig af te spreken dat daar ook meer aandacht voor de geheimhoudingsverklaring voor gedetacheerde medewerkers in komt. Regel moet zijn dat inhoudelijke kennis die een gedetacheerde medewerker opdoet niet gedeeld mag worden met de eigen organisatie. Kennis over methoden, technieken, voorschriften en hulpmiddelen wel. Ook afspraken over commerciële tips (bijvoorbeeld kwaliteit systemen) moeten onder vertrouwelijkheid vallen.

De antwoorden op de vragen vind je hier.
De verslagen van de behandeling vind je hier.

{lang: 'nl'}